“We houden onszelf ontzettend voor de gek.”
Interview met futuroloog Paul Ostendorf

Het roer moet om. Dat vindt Paul Ostendorf, futuroloog en kerndocent aan de Groningse Academie voor Management. Tenminste, als Nederland niet wil afglijden naar de status van Tweede Wereldland.

“Wij moeten ons goed realiseren dat wij in deze grenzeloze wereld niet méér zijn dan een flinke Chinese stad.” Precies zoals ons land niet meer wezenlijk verschilt van (steden in) andere landen, zo is ook het onderscheid tussen burgers en overheid vervaagd “Elk informatiemiddel dat de overheid kan aanwenden, kan ik ook aanwenden. Het enige verschil is nog dat de overheid meer geld en tijd beschikbaar kan stellen om burgers te controleren. Van Big Brother is dus niet echt sprake meer, eerder van Big Brothers.”

http://images.vpro.nl/img.db?22333360+s(150)

Veiligheidsproblemen zijn niet het voornaamste. “We moeten ons bovenal zorgen maken om het weglekken van kennis vanuit Nederland naar opkomende economieën. We zien nu al haperingen in onze economische groei, terwijl vooral Oost-Azië onafgebroken doorgroeit.” Een belangrijke reden hiervoor is het tekort aan arbeidsplaatsen waarvoor hoogwaardige kennis is vereist. Maar ook de weerstand tegen ‘omstreden’ vakgebieden zoals nucleair onderzoek en gentechnologie moet volgens Ostendorf niet worden onderschat: “Iemand die hier afstudeert in gentechnologie is al snel vertrokken naar Zuid- Korea, omdat daar meer mag en kan.”

India, China, andere ‘opkomende economieën’ en doemscenario’s bepalen al jaren de politieke agenda. Is er nog steeds niet genoeg aandacht voor? “Een CEO ‘leeft’ gemiddeld 4,3 jaar, een politicus vier. Maar wie denkt er dan aan de lange termijn? De politiek geeft te kennen innovatie belangrijk te vinden. Maar de echte innovatie, een gedegen toekomstvisie, ontbreekt totaal”, aldus Ostendorf.

Een nieuwe visie om serieus de concurrentie met het verre Oosten aan te gaan moet uit volgens Ostendorf uit drie elementen bestaan. Zorg ten eerste voor toponderzoeksinstituten en –universiteiten, zodat de intellectuele elite hierheen komt in plaats van andersom. Ten tweede moet het “twintigste-eeuwse” denken in handelsbalansen en begrotingen getemperd worden. Kennisproductie moet veel zwaarder gaan tellen. Ten slotte zullen Nederlanders echt moeten gaan wennen aan een leven lang leren. Met de “kennisexplosie”, die zich in dit informatietijdperk voltrekt, daalt de relatieve kenniswaarde immers snel.

In maatschappelijk opzicht zal de tweedeling tussen knows en know-nots belangrijker worden. Mensen moeten er volgens Ostendorf aan wennen dat we nu gemiddeld elke tien jaar een “revolutie” doormaken. “We hebben de informatie- en communicatierevolutie nu achter de rug. Aan een grote groep know-nots is deze voorbijgegaan. Deze mensen hebben misschien wel een laptop en een mobieltje, maar komen niet mee als kenniswerker. Toch moeten we alles in het werk stellen om ook hen erbij te betrekken. Anders staan ze bij de volgende revolutie voorgoed aan de kant. Helaas zie ik geen politicus die hierbij stilstaat. Ik vrees de toekomst die politici kiezen”, aldus Ostendorf.

Ook de milieubeweging zou oogkleppen op hebben. “We houden onszelf ontzettend voor de gek. De lobby tegen kernenergie in Nederland is groot, terwijl we ondertussen Franse kernenergie als groene stroom importeren. Iedereen ziet in de komende vijftig jaar een energietekort ontstaan. Hoe eerder we daar op inspelen met het opzetten van een waterstofeconomie en het doen van nucleair onderzoek, hoe beter. Het polderen over mogelijke bezwaren is leuk, maar we moeten wel van ophouden weten.”

Gesproken conclusie Paul Ostendorf (Bron: Edusite.nl 2006)

Alle rechten voorbehouden
© 2006-2011
RSS